Jong geleerd niet altijd oud gedaan

Publicatiedatum: 2-12-2016
Auteur: Joef Sleegers
Copyright: Vakblad Bloemisterij

De meeste agrarische ondernemers hebben geen opvolger, blijkt uit cijfers van het CBS. Gezinsbedrijven in de sierteelt komen er helemaal karig vanaf. Komende jaren zullen dan ook veel bedrijven de deuren sluiten. Maar ook als het wel lukt om opvolging te regelen, is dat nog geen garantie voor succes.

Komende tien jaar gaan 15.000 agrarische bedrijven verdwijnen als er geen opvolgers worden gevonden, stelt het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). Als deze lijn wordt doorgetrokken naar de sierteelt – snijbloemen, potplanten en perkgoed – zou dat gaan om 368 bedrijven.

De Tweede Kamer is ervan geschrokken en wil dat de agrarische sector aantrekkelijker wordt voor jongeren om in te stappen. Zo zou onder meer de investeringsregeling voor jonge landbouwers (Jola) moeten worden aangepast. Ook zou de regeldruk omlaag moeten om jongeren niet te demotiveren. Staatssecretaris Martijn van Dam maakt zich echter geen zorgen. Volgens hem is schaalvergroting al jaren aan de gang en zal de productie er niet onder lijden.

 

Hoeksteen

Het gezinsbedrijf is nog altijd de hoeksteen van de agrarische samenleving. De melkveehouderij spant de kroon met 99% gezinsbedrijven. In de meeste andere sectoren ligt dit aantal rond de 90%. Alleen de glastuinbouw kent aanzienlijk meer bedrijven met een bv-structuur en een meerhoofdige directie. Maar ook in de snijbloemen is nog altijd 73% van de bedrijven gezinsbedrijf, in de pot- en perkplanten is dat 59%.

Het zijn vooral deze gezinsbedrijven die grote moeite hebben om een opvolger te vinden.

Dat heeft meerdere oorzaken, waaronder de economische situatie. „In een laagconjunctuur zijn minder jongeren geneigd om een bedrijf over te nemen”, zegt CBS-woordvoerder Cor Pierik. „Dat geldt ook voor ondernemers zelf: tijdens een recessie gaat de verkoopwaarde van het bedrijf omlaag, dus wachten ze liever met de verkoop tot het weer beter gaat. Maar op dit moment staan alle economische indicatoren op groen, dus we schuiven weer in de richting van een hoogconjunctuur.”

 

’Record aan overnames’

Er zal in de komende jaren dan ook een recordaantal bedrijven van eigenaar verwisselen, voorspelt Pursey Heugens, hoogleraar organisatietheorie aan Erasmus Universiteit. „Er is een stuwmeer gegroeid aan ondernemers die wachten op opvolging. Nu het beter gaat zal het aantal overnames toenemen.”

Maar dan moeten die opvolgers er natuurlijk wel zijn. „Als je vroeger een lagere opleiding had, werd je als het ware de kas ingezogen”, vertelt Pierik. „Echter, het opleidingsniveau van agrarische jongeren wordt steeds hoger. Met hbo of universiteit op zak hebben ze veel alternatieven op de arbeidsmarkt. Er zijn makkelijker manieren om je geld te verdienen dan met een agrarisch bedrijf. Bovendien hebben bedrijfsopvolgers veel meer kapitaal nodig dan vroeger.”

 

’Dividend holt bedrijven uit’

Maar ook als er wel een opvolger is, biedt dat geen garantie voor de continuïteit van het bedrijf. Sterker nog, de meeste bedrijven van de tweede generatie zijn geen lang leven beschoren, blijkt uit onderzoek van Erasmus Universiteit, BDO en Rabobank. Slechts 30% van de familiebedrijven overleeft de eerste generatiewisseling, 13% de tweede, en 3% staat nog overeind na een derde generatiewisseling. Het onderzoek is gedaan onder bedrijven in de hele wereld, maar het geldt net zo goed voor de Nederlandse glastuinbouw, denkt hoogleraar Heugens. „Het rendement daalt met elke generatie, doordat steeds meer mensen financieel afhankelijk zijn van het bedrijf. Het wordt belangrijker om een stabiele cashflow te genereren dan om te investeren en offers te brengen.Dividenduitkering holt op termijn een onderneming van binnen uit.”

Voor kinderen voelt het vaak als een zegen dat ze het ouderlijk bedrijf mogen overnemen. Maar het kan een molensteen worden. Het geld is eruit en de kinderen hebben fors moeten bijlenen. Is er dan nog voldoende veerkracht om klappen op te vangen?

 

Afstand nemen is nodig

Een ander probleem bij overname is vaak dat de vorige eigenaar geen afstand kan nemen. Dat is slecht voor een onderneming. Onder een oude eik kun je niet groeien. „Het is belangrijk dat de huidige eigenaar het bedrijf kan loslaten”, zegt Heugens. Vaak gebeurt dat niet, blijkt uit zijn onderzoek. „Het ’bemoeien’ hoeft niet altijd duidelijk te zijn, het kan ook subtiel gaan. Bijvoorbeeld de vader die in de kantine zijn krantje leest en hier en daar een praatje maakt.”

Uit de cijfers blijkt dat de opvolgende generatie in de jaren na een overdracht, behoudender opereert en minder ondernemend denkt dan de voorgaande. En als je slechts op de winkel past, is het gemiddeld na zeven jaar gedaan met het bedrijf, aldus Heugens. „Het is niet voldoende om te behouden wat er bestaat. Stilstand is achteruitgang.”

Sowieso is de gemiddelde levensduur van bedrijven sterk gedaald. In de jaren ’50 was die nog 60 jaar, tegenwoordig gaat een bedrijf gemiddeld 18 jaar mee. Mogelijk daalt dat nog verder. Dit gaat om bedrijven in de Amerikaanse S&P 500, maar de trend zal in Nederland niet anders zijn. „Dat betekent dat het bedrijf echt levensvatbaar moet zijn, wil een opvolger er dertig jaar zijn brood mee kunnen verdienen”, zegt Peter van den Dool, bedrijfspsycholoog en gespecialiseerd in overnames. „Anders is het alleen maar het doorschuiven van een faillissement naar de volgende generatie.”

Bloemisterij

Eigendom loskoppelen

Bedrijven die het management min of meer loskoppelen van het eigendom hebben minder moeite om een opvolger te vinden. Dit is dan ook waar Coalitie HOT (Herstructurering en Ontwikkeling Tuinbouwsector) naar toe wil. Jaap Breugem, directeur van Rabobank Bommelerwaard en projectleider herstructurering bij CoalitieHOT, pleit voor een strategie waarbij ondernemers de continuïteit van de onderneming centraal stellen. Zo moeten ze groeien naar grote, volwaardige bedrijven die een betere partij zijn in de markt. „We willen inspiratie bieden, maar het zal in de praktijk moeten gebeuren”, zegt Breugem. „Overigens betekent dit niet dat het familiebedrijf achterhaald is. Volstrekt niet. Opvolging binnen de familie kan een van de varianten zijn.”

 

Durf vragen te stellen

Is het eigenlijk wel een probleem dat zo weinig jongeren staan te trappelen om het ouderlijk bedrijf over te nemen? „Op zichzelf niet”, vindt Sander Thus, NAJK-bestuurder met de portefeuille bedrijfsovername. „Het is alleen maar goed dat jongeren beter over hun toekomst nadenken. Vroeger beslisten ze nog weleens onder druk van de familie. Daar zijn sommigen doodongelukkig door geworden.”

Bij een overname buiten de familie kan de communicatie nog wel eens beter verlopen dan binnen de familiesfeer, ziet Thus. „Je weet niet half hoeveel dingen er fout gaan binnen families doordat zaken niet worden uitgesproken.”

Dat ervaart ook bedrijfspsycholoog Van den Dool. Hij vindt dat er bij overnames vooral aandacht is voor de zakelijke kant, en te weinig voor de emotionele kant. „Durft een vader tegen zijn zoon te zeggen dat die eigenlijk niet competent is? Of durft de zoon tegen zijn vader te zeggen dat die zich niet moet bemoeien met het bedrijf? Voor een buitenstaander is dat makkelijker.”

De belangrijkste vraag bij bedrijfsovernames is tegelijk vaak de minst gestelde vraag: ’Waarom?’ „Daar ligt de sleutel tot het succes”, zegt bedrijfspsycholoog Van den Dool. „Veel opvolgers willen groeien, zich onderscheiden, willen de grootste en de beste tuinder worden. Maar als je ze vraagt ’waarom?’, dan weten ze het niet. Over de persoonlijke ambitie is nauwelijks nagedacht. Meestal is het antwoord: ’Tja, het is een familiebedrijf.’

 

’Hulp op het juiste moment’

„We moeten dus geen boeren en tuinders gaan maken van mensen die eigenlijk niet willen”, concludeert NAJK-bestuurder Thus. „Maar laten we dan zuinig zijn op de jongeren die wel gemotiveerd zijn.”

Daarmee doelt hij vooral op regelgeving en ondersteuning. „De periode na bedrijfsovername is financieel de meest zware tijd. Voor de jonge ondernemer is dat echter wel de belangrijkste periode om zich te ontwikkelen. De Jonge Landbouwersregeling is in het leven geroepen om dit te stimuleren. Vroeger werkte dat goed; toen vielen er bedrijfsgebouwen en machines onder. Maar sinds 2014 is de regeling beperkt tot investeringen in innovatie en duurzaamheid. Dat zijn niet de eerste behoeften van een beginnende ondernemer. Bovendien komt de steun al als de jongere in maatschap is. Dan moet hij het delen met de oudere eigenaren. Op het moment dat hij het bedrijf werkelijk overneemt krijgt hij geen hulp. Na 2020 krijgen we een nieuw gemeenschappelijk landbouwbeleid. We zijn hard bezig om dat passend te maken.”

 

 

Succesfactoren bij bedrijfsovername

Bedrijfspsycholoog Peter van den Dool (Actreevate) heeft een bedrijfsscan ontwikkeld die antwoord moet geven op een aantal vragen rond de overname.

  • Is bij de volgende generatie wel voldoende ondernemerschap aanwezig? Anders kan het nodig zijn om die competenties van buiten aan te trekken, zoals een externe manager, en zelf alleen investeerder te zijn.
  • Is er een duidelijke visie en strategie voor het bedrijf? En is die nog geldig bij de huidige trends in de markt? Familiebedrijven kennen soms eeuwenoude tradities, terwijl de huidige markt veel flexibiliteit vraagt.
  • Is het bedrijf innovatief genoeg? Hoe is de verhouding tussen omzet en investeringen in innovaties?
  • Is er nog vraag naar het product in de markt? Soms wordt een bedrijf voortgezet met een bepaalde teelt omdat het altijd zo is geweest.
  • Zijn emoties en ratio in balans? Accountants en banken kijken vaak naar de zakelijke kant, maar hoe zit het met de emotionele kant? Zijn er ruzies die de overname moeilijker maken?

 

In 2016 telde de sierteelt 1.119 gezinsbedrijven met snijbloemen, pot- of perkplanten. Daarvan hadden 461 een bedrijfshoofd van 55 jaar of ouder. Maar liefst 368 van deze bedrijven moeten het zonder opvolger stellen. Bron: CBS

Vaker dan in andere agrarische sectoren hebben glastuinbouwbedrijven een directie die in dienst is van de onderneming, zoals bij een BV of een NV. Deze ondernemingen hebben meestal minder moeite om de opvolging te regelen. Bron: CBS

2018-02-01T15:29:50+00:00